Digitale adaptieve Centrale Eindtoets

Vanaf 2018 is er een nieuwe digitale toets: de digitale adaptieve Centrale Eindtoets. Dit is een toets met vragen die het beste passen bij jouw eigen niveau. Over hoe dat werkt, lees je hier meer.

Afwisseling moeilijke en makkelijke vragen

Het is nooit leuk om een toets te maken die veel te moeilijk of veel te makkelijk is. Als een toets te moeilijk is, word je misschien extra zenuwachtig of denk je na een paar vragen dat je niks weet. Als een toets te makkelijk is, is het ook niet leuk: dan ga je je vervelen en kan je eigenlijk niet goed laten zien wat je allemaal kan. Omdat kinderen nu eenmaal verschillend zijn, worden makkelijke en moeilijke vragen met elkaar afgewisseld.

Een goede toets is precies moeilijk genoeg, zodat je vragen meestal wel goed hebt en soms niet goed hebt. Op die manier kan je juf of meester zien wat je na acht jaar basisschool wel en niet kan. Dat is ook de bedoeling van de toets. Dan voorspelt de toets het beste welk type brugklas waarschijnlijk het beste bij je past.

Toets op papier

Bij de papieren Centrale Eindtoets maken alle leerlingen dezelfde vragen. In de papieren toets zitten makkelijke, gemiddelde en moeilijke opgaven door elkaar heen.

Toets op meer niveaus

.Alle leerlingen uit groep 8 die de toets op de computer maken, de digitale adaptieve Centrale Eindtoets, beginnen op de eerste toetsdag met een starttoets die voor iedereen hetzelfde is en waarin makkelijke en moeilijke vragen worden afgewisseld. 

Na deze starttoets wordt jouw niveau berekend waarbij gekeken wordt naar jouw antwoorden. Op de tweede toetsdag maak je vragen die het best passen bij het niveau dat je bij de starttoets hebt laten zien. Als je goed bent in rekenen en iets minder goed in taal, maak je de vragen voor taal en rekenen dus op een verschillend niveau.

Na het tweede toetsdeel wordt jouw niveau weer berekend. In het derde toetsdeel, op de derde toetsdag dus, maak je weer vragen op het bij jou best passende niveau. Dat kan dus een ander niveau zijn dan het niveau van het tweede toetsdeel. Aan het einde van de toets worden de resultaten van de drie toetsdelen bij elkaar opgeteld. Die optelsom bepaalt de uitslag van jouw toets en het toetsadvies voor de brugklas die het beste bij jou past.

Kijk hier een filmpje over de digitale adaptieve Centrale Eindtoets, waarin we uitleggen hoe de toets werkt.

Voor de uitslag van de toets (het rapport), en voor het toetsadvies maakt het niet uit of je de papieren of de digitale toets maakt. Allebei de toetsen geven een score op dezelfde ‘schaal’. Je krijgt voor de Centrale Eindtoets altijd een score tussen de 501 en de 550.