Schooladvies

Het schooladvies is leidend voor de overgang van po naar vo. Dit schooladvies brengt het bevoegd gezag vóór 1 maart uit. 

Naast dit schooladvies is er, door de invoering van de verplichte eindtoets, voor alle leerlingen in Nederland een zogenoemd ‘objectief tweede gegeven’, in de vorm van een resultaat op de Centrale Eindtoets of op een andere toegelaten eindtoets. Deze eindtoets wordt ieder schooljaar na 1 maart afgenomen in de wettelijke afnameperiode.

Dit betekent dat u het resultaat op de eindtoets niet (meer) kunt gebruiken voor uw schooladvies. Het schooladvies is gebaseerd op alles wat u van een leerling weet, daarbij kijkt de school onder andere naar:

  • de aanleg en de talenten van een leerling;
  • de leerprestaties;
  • de ontwikkeling tijdens de hele basisschoolperiode;
  • de concentratie, de motivatie en het doorzettingsvermogen van een leerling. 

Relatie schooladvies/toetsadvies

Basisscholen hebben vóór 1 maart een schooladvies gegeven. Het schooladvies is leidend bij de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Dit is wettelijk vastgelegd.

Middelbare scholen laten leerlingen op basis van dit schooladvies toe tot een van de schooltypen in het voortgezet onderwijs. Toelating hangt dus niet meer af van het resultaat van de eindtoets.

Artikel 8 uit het Toetsbesluit PO geeft aan dat het resultaat dat een leerling op een eindtoets behaalt op een inzichtelijke wijze vertaald moet worden in een advies over het voortgezet onderwijs. Omdat het advies behorend bij de uitslag van een eindtoets fungeert als 'tweede onafhankelijk gegeven' dat kan leiden tot bijstelling van het schooladvies voor het vervolgonderwijs, is het van belang dat dit een duidelijk advies is.

Het advies dat bij de Centrale Eindtoets wordt gegeven is opgenomen in het leerlingrapport. Bij het leerlingrapport wordt uitleg gegeven over het schooltype dat op basis van de toetsscore het beste bij de leerling past.

Heroverwegen schooladvies

Het schooladvies is leidend bij de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Dit is wettelijk vastgelegd.

Als een leerling de eindtoets beter maakt dan de school gezien het schooladvies verwachtte, dan moet de basisschool het schooladvies heroverwegen. De basisschool is verantwoordelijk voor deze heroverweging, bij voorkeur in overleg met de ouders/verzorgers. De heroverweging kan leiden tot een wijziging in het schooladvies, maar er kan ook beslist worden dat het schooladvies niet wordt aangepast.

Soms is het resultaat van de eindtoets minder goed dan verwacht. In dat geval mag de school het schooladvies niet aanpassen.

Zie ook: Toelating middelbare school > Toelating voortgezet onderwijs gebaseerd op het schooladvies

Betrouwbaar advies

De uitkomst van een eindtoets moet een goede voorspeller zijn voor succes in het vervolgonderwijs. Het doel van de Centrale Eindtoets is dan ook: zoveel meten als nodig om aan het einde van de toets een zo betrouwbaar mogelijk advies te geven over het best passende brugklastype voor een leerling én de beheersing van de referentieniveaus. De resultaten van de Centrale Eindtoets laten zien dat de Centrale Eindtoets een betrouwbaar objectief tweede gegeven is, mede doordat de toets voortbouwt op de Eindtoets Basisonderwijs van Cito. Deze toets heeft ruim 45 jaar bewezen  een goede voorspeller te zijn van het best passend brugklastype per leerling. Uit doorstroomonderzoek blijkt 80% van de leerlingen een paar jaar later op het geadviseerde vervolgonderwijs te zitten.

Iedere toetsdag van de Centrale Eindtoets start met een aantal makkelijke(re) opgaven. Na deze relatief gemakkelijke start worden per toetsdag makkelijke en moeilijke opgaven afgewisseld. Een opgave is nooit voor alle leerlingen makkelijk of moeilijk. Makkelijke(re) opgaven zijn opgaven die door meer dan 75% van de leerlingen goed zijn beantwoord. Dat is gebleken uit de proeftoetsen die eerder met dezelfde opgaven zijn gehouden. Door de wisselende moeilijkheidsgraad in de Centrale Eindtoets kan het niveau van de leerling betrouwbaar worden vastgesteld. Door deze afwisseling worden leerlingen blijvend uitgedaagd en gemotiveerd tijdens de toets.

Veel meten komt de betrouwbaarheid van een eindtoets ten goede. Hierdoor krijgt de leerling een diepgaande analyse van zijn/haar vaardigheden. Met de Centrale Eindtoets worden de referentieniveaus op precies dezelfde wijze gemeten als bij de rekentoets en de centrale examens in het vo en mbo. Zo is gedurende de schoolcarrière van een leerling een betrouwbare analyse te maken van zijn/haar ontwikkeling op taal en rekenen. De Centrale Eindtoets is daarmee voor een leerling het eerste ijkpunt van een doorlopende leerlijn. Deze leerlijn omvat het po-vo-mbo tot en met het toegang tot hoger onderwijs.

Overgang naar het vo

De school voor voortgezet onderwijs mag bij toelating geen andere gegevens gebruiken of eisen als tweede gegeven. Dit geldt zowel voor de toelatingstoetsen die de vo-school zelf eventueel zou willen afnemen als voor andere toetsen die leerlingen op de basisschool maken. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Entreetoets in groep 7, toetsen van het leerlingvolgsysteem of een IQ-test. De basisschool mag al deze gegevens wel betrekken bij het schooladvies.

De school voor voortgezet onderwijs baseert zich bij plaatsing op het schooladvies van de basisschool. Regionale samenwerkingsverbanden van basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs kunnen afspraken maken over de overstap van leerlingen. En over de regels die binnen het samenwerkingsverband gelden.