Papieren en digitale adaptieve Centrale Eindtoets

Of een leerling de digitale adaptieve of de papieren Centrale Eindtoets maakt, bepaalt u zelf.

Het kan dus zijn dat een deel van de groep de Centrale Eindtoets digitaal maakt en een ander deel de Centrale Eindtoets op papier, of in een van de andere aangepaste vormen.

Om u te helpen met het maken van een keuze, staan hier de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de digitale adaptieve Centrale Eindtoets en de papieren Centrale Eindtoets.

Digitale adaptieve Centrale Eindtoets

De digitale adaptieve Centrale Eindtoets - een overzicht:

  • afnameperiode 15 april - 15 mei 2020
  • afname op computer
  • 140 vragen voor Nederlandse taal en rekenen
  • 90 vragen voor wereldoriëntatie
  • vragen op meerdere niveaus door adaptiviteit
  • in kleur, 1 vraag per scherm, geluids- en videofragmenten
  • verschillende vraagtypes
  • schaal standaardscore 501-550

Papieren Centrale Eindtoets

De papieren Centrale Eindtoets - een overzicht:

  • afnameperiode 15 en 16 april 2020 verplichte onderdelen Nederlandse taal en rekenen
  • afname 15, 16 of 17 april 2020 wereldoriëntatie (facultatief)
  • afname in toetsboekjes met antwoordbladen
  • 165 vragen Nederlandse taal en rekenen
  • 90 vragen wereldoriëntatie
  • vragen zijn op één niveau
  • toetsboekjes in kleur met lettergrootte 12, vragen in één kolom, meerdere vragen op één pagina
  • meerkeuzevragen
  • schaal standaardscore 501-550

Keuze afnamevorm per leerling

In de portal Centrale Eindtoets kunt u per leerling aangeven of de leerling de papieren of digitale adaptieve Centrale Eindtoets maakt.

U importeert de gegevens van uw leerlingen in de portal vanuit uw leerlingadministratiesysteem. Vervolgens geeft u voor elke leerling aan welke versie van de Centrale Eindtoets de leerling zal maken. U kunt per leerling kiezen of ze het facultatieve onderdeel wereldoriëntatie maken.