Toetskwaliteit

De Centrale Eindtoets is een betrouwbare, onafhankelijke toets die een objectief tweede gegeven oplevert naast het schooladvies. Het CvTE zorgt samen met het scholenveld voor deze hoge kwaliteit en betrouwbaarheid en de doorontwikkeling van de Centrale Eindtoets.

Zie ook: Verantwoording Centrale Eindtoets

Zie ook: Kwaliteitszorg Centrale Eindtoets

Toetswijzercommissie

De eerste stap in de totstandkoming van de Centrale Eindtoets wordt gezet door de toetswijzercommissie. De toetswijzercommissie van de Centrale Eindtoets bestaat uit vakinhoudelijke deskundigen.

De commissie heeft als taak de toetswijzer op te stellen. De toetswijzer verantwoordt de inhoud van de Centrale Eindtoets, gebaseerd op de kerndoelen. Het doel van de toetswijzer is om verschillende betrokkenen houvast te bieden:

  • leerkrachten in het veld;
  • toetsconstructeurs en vaststellingscommissies van het CvTE;
  • overige belanghebbenden, zoals uitgevers en methodeontwikkelaars.

Vaststellingscommissie

De toetswijzer is de basis van de constructieopdracht voor de Centrale Eindtoets. De constructieopdracht is de opdracht voor Stichting Cito om de Centrale Eindtoets te construeren. Het CvTE stelt de constructieopdracht vast. De vaststelingscommissie schrijft mee aan de constructie opdracht.

In de vaststellingscommissie zitten zowel vakinhoudelijke deskundigen als velddeskundigen en leerkrachten uit groep 8. De vaststellingscommissie beoordeelt de opgaven voor in de de proeftoetsen op vakinhoud, leerplan en belevingswereld van de leerling.

Proeftoets

Om te bepalen wat de kwaliteit van een opgave is, is het van groot belang om de opgaven te testen in de praktijk. Naast de beoordeling door de vaststellingscommissie worden de opgaven getest in de praktijk bij leerlingen van groep 8. Dit wordt gedaan in een proeftoets. In de proeftoets testen we de kwaliteit van een opgave: meten we dat wat we beogen te meten?

De proeftoets bestaat uit zowel een papieren als een digitale toets. De onderdelen en de opgaven zijn vergelijkbaar met die van de ‘echte’ Centrale Eindtoets. De proeftoets vindt jaarlijks plaats in februari en kan voor leerlingen een goede voorbereiding zijn voor de Centrale Eindtoets in april.

Iedere school kan zich aanmelden voor een proeftoets via een inschrijvingsformulier. Deelname aan de Centrale Eindtoets in april is niet verplicht. Ook als de school kiest voor een andere toegelaten eindtoets, kan de school aan de proeftoets van de Centrale Eindtoets deelnemen.

Vaststelling Centrale Eindtoets

Na de proeftoets wordt iedere opgave opnieuw beoordeeld, mede aan de hand van de psychometrische gegevens uit de proeftoets. De vaststellingscommissie stelt de opgaven vast voor de echte afname. De toetsdeskundig van Cito doet vervolgens een voorstel voor een selectie van opgaven voor in de Centrale Eindtoets. De vaststellingscommissie stelt uiteindelijk de definitieve papieren en digitale adaptieve Centrale Eindtoets vast. Daarna kan de toets worden verspreid, zodat deze kan worden afgenomen bij leerlingen van groep 8.

Het hele proces van constructieopdracht tot aan het afnemen van de uiteindelijke Centrale Eindtoets duurt ruim twee jaar.

Ankeronderzoek

Tijdens de afname van de Centrale Eindtoets in april voert het CvTE ook een ankeronderzoek uit. Ankeren is de procedure waarbij opgaven van de verschillende toetsvarianten op één scoreschaal worden gezet. Daardoor kunnen we de resultaten van verschillende Centrale Eindtoetsen met elkaar vergelijken. Zo kunnen we gelijke prestaties gelijk waarderen.

Dit ankeren is in het belang van zowel de leerlingen als de scholen. Leerlingen krijgen dan niet ineens te maken met (kleine) schommelingen in de moeilijkheid van de Centrale Eindtoets. Voor scholen betekent het dat een wat moeilijker uitgevallen toets geen invloed heeft op de gemiddelde schoolscore.

Scholen worden voor deelname aan het ankeronderzoek benaderd door het CvTE.